Na Luang Prabang hadden we geen zin om iedere toerist te volgen richting Thailand of Vang Vieng. Laos staat bekend om de heftig overladen ritjes in trucs tussen kippen, motoren en rijstbalen. Precies het avontuur wat wij zoeken!
Vanuit Luang Prabang zijn we met een boot richting Pak Beng gegaan, waar het gros van de toeristen (Falangs) naartoe gaat. Deze boot stopt ook bij Tha Suang een rustig dorpje aan de mekong die door middel van een heftig ritje in een jeep verbonden is met Hongsa. We hadden beide nog niet op een olifant gereden en Hongsa is een plek waar het mogelijk is om uitzonderlijke treks te doen.
Wij hebben een olifant (genaamd Medok) gehuurd voor een dag inclusief mahout (olifanten trainer) om een korte trek te doen door de prachtige reisvelden heen. Op de heenreis naar een dorp hebben we in de mand op de olifant gezeten, op de terugreis mochten we ook op de kop zitten. Wij vonden dit echt gaaf! Vooral als de olifant wilde eten, wat hij de hele tijd doet want hij heeft 250 kilo nodig per dag, dan draait de kop alle kanten op en dat op drie meter hoogte. We hebben de olifant meerdere keren ook zelf gevoerd. Tijdens ons ritjes heeft hij 3 hele bananenbomen gegeten (ja je leest het goed, bananen met boom en al) en daarnaast nog een hele hoop taken, bladeren en bamboo. We vonden het een onvergetelijke ervarig om eens op een olifant te zitten, want het zijn echt prachtige beesten!!!
Vanuit Hongsa zijn we via een extreme tocht van tier uur rijden in Pak lai beland. Onderweg hadden we “een echte Laos ervaring”, d.w.z. in een truc zitten op stoffige paden met (levende) kippen, motorfietsen tussen de passagiers, rijstbalen en veel lachende lokale mensen. We zijn onderweg nog een Belgisch stel tegengekomen die ongeveer dezelfde route volgde. Pak Lai was een heerlijk rustig dorp aan de Mekong waar we even lekker hebben genikst. Na twee dagen bezig te zijn geweest om alles gewassen te krijgen hebben zijn we de boot naar Vientiane gepakt.
Aangekomen in Vientiane hebben we een tuk-tuk naar een hotel genomen. De volgende dag zijn we door Vientiane gelopen. Er is hier niet zo heel veel te zien en te doen, dus het was een kort dagje. We hebben een tempel bezocht, het presidentieel paleis gezien en de grote goude stupa bekeken. Het is gewoon een grotere stad (voor Laos begrippen), en het hoorde zeker niet thuis in het rijtje van hoogtepunten van Laos. S’ avonds zijn we in de nachtbus naar Bangkok gestapt.
Laos was een erg lekker land, de mensen zijn er heel relaxed en er hangt een geweldige sfeer. De site-seeing is niet zo geweldig, een paar tempeltjes en dat was het. Maar de omgeving, natuur en de mensen zijn geweldig! De Lao zijn wat verlegen, maar als je vriendelijk naar ze zwaait en “Sabadi” (hallo) zegt krijg je altijd warme reacties terug. Het land is ontzettend groen (we hopen dat het zo blijft, want er wordt veel gekapt) en rustig (5 miljoen mensen in een gigantisch land). Wat een verademing na het betonnen en drukke China.












