Vanuit Ramnagar zijn we naar Almora gegaan dat een stukje verder op ligt (maar toch nog 6 uur reizen is). Daar zijn we eerst in een hotel terecht gekomen wat wel het ergste krot is waar we tot nu toe verbleven hadden. Het lekte, overal gaten in de meuren en vloer, geen warm water (soms helemaal geen water), super stoffig en tot slot nog een hond midden voor de deur die de hele nacht heeft lopen huilen. Het enige positive hieraan was de eigenaar, een oude man van 92 die graag de opa van iedere gast wilde zijn. De nacht daarna zijn we maar naar een ander hotel verhuist, want we wilde toch wel erg graag slapen.
Daarna zijn we naar Jageshwar gegaan, een klein dorpje niet ver van Almora waar allerlei tempels midden in het bos liggen. Hier hebben we lekker gerelaxed en wat gewandeld. Het was hier heerlijk rustig, maar een enkele auto per uur en lekker weinig mensen. We hebben een tochtje naar Old Jageshwar gemaakt wat boven op de bult ligt en vanaf waar je een prachtig uitzicht hebt. We werden rond geleid door een priester van een lokale Asram die graag onze gids wilde zijn. We hebben in het hotel later ook nog een kookles gehad van de kok van het hotel. Het personeel daar was super vriendelijk en we zijn echt tot rust gekomen.
Na Jageshwar zijn we naar Bageshwar gereisd. Hier hebben we onze tassen gestript en een deel achtergelaten bij het hotel. De volgende dag zijn we met de bus en shared Jeep naar Song gegaan, een klein dorpje waar onze tocht begon. De eeste dag was lood zwaar, van uit Song zijn we naar Lokaret gegaan dat zo’n 500 meter hoger ligt op 1600 meter. Daar hebben we een korte lunch pauze gehouden en toen begon de echte klim, nog eens 1200 meter klimmen om naar een pas van 2800 meter te gaan. Vlak voor de pas waren we helemaal uitgeput, maar als je dan op de pas komt en je ziet voor het eerst de 6000 meter hoge sneeuw pieken in de verte krijg je ineens een geweldige stoot energie. We hebben even kort genoten van het uitzicht en een foto van onze prestatie gemaakt en vervolgens 200 meter afgedaald naar Dakuri (2600 meter) waar we de nacht hebben doorgebracht (totale dag afstand 14 km). S’avonds in het donker hadden we vanuit daar een prachtig zicht op de door maanlicht verlichtte sneeuwtoppen.
De tweede dag zijn we vroeg opgestaan en zijn we eerst naar Kati gelopen waar we geluncht hebben. Kati (2200 meter) is het laatste dorp wat je tegenkomt, daarna is het alleen nog wat herdershutjes en de tourist rest houses (berghutten). Toen we lunch bestelde werd ons verteld dat het wel ff kon duren en we zagen al snel waarom, de aardappelen moesten nog vers uit de grond getrokken worden. Verser kun je het niet krijgen. Na de lunch zijn we doorgelopen naar Dwali (2700 meter) waar we weer overnacht hebben. De totale dag afstand was 19 km. De derde dag was echt zwaar. Vanuit Dwali zijn we naar Purkia (3200 meter) gelopen, daar hebben we ontbeten en onze tassen achter gelaten en zijn we doorgelopen naar de Pindari Gletsjer. Bij Purkia houdt ongeveer de boomgrens op en dat kan je merken. De lucht wordt heel snel ijler en ondanks dat we geen tassen mee hadden was het nog een zware wandeling. We zijn tot onderaan de voet van de Gletsjer gekomen op 3800 meter. Na een korte stop bij de Asram daar zijn we afgedaald naar Purkia en hebben we daar overnacht. Deze dag hadden we in totaal 19 km gelopen.
De vierde dag hebben we het lekker rustig aan gedaan, eerst lekker uitgeslapen en in het zonnetje genoten van een ontbijtje. Daarna zijn we terug naar Dwali gelopen waar we even kort gelunchd hadden en zijn daarna doorgelopen naar Katia (3200 meter) waar we overnacht hebben. Deze korte dag was maar 11 km. De volgende dag heeft Jantien Mike wakker gezongen omdat het zijn verjaardag was. Als kadotje zijn we naar de Kafni Gletsjer gelopen. We hebben onze tassen in Katia achtergelaten en zijn zonder tassen naar boven geklommen. We hebben maar kort van het uitzicht kunnen genieten boven, want het weer begon te betrekken. Bij Katia hebben we een korte lunch gehouden en zijn daarna weer afgedaald naar Dwali. Na 18 km kwamen we daar net op tijd aan want het begon toen pijpenstelen te regenen en heeft de rest van de middag en nacht doorgeregend.
De zesde dag zijn we van Dwali naar Kati gelopen, dit is maar een korte afstand (11 km), maar we waren gestopt omdat Jantien last kreeg van haar knieen. In Kati zijn we in een cottage gebleven, onze eigen bungalow net buiten het dorp. Dit was echt super relaxed, wat een luxe, onze eigen kamer, eigen toilet en verranda. Bij de bungalow zat ook nog een uitzicht torentje met een hangmat er in. Hier hebben we de rest van de dag gerelaxed en de volgende dag ook. We konden wel wat rust gebruiken, ff lekker genieten van de rust en het uitzicht. We hebben hier veel spelletjes gespeeld met twee andere trekkers die we tijdens onze trek al ontmoet hadden en het was dus weer erg gezellig.
Na een dag rust zijn we in een keer van Kati terug gelopen naar Song, 23 km en 800 meter klimmen en 1800 meter afdalen. Dit was een super slopende dag, maar hebben het gehaald. We kamen strompelend bij de Jeeps aan en zijn vervolgens terug gegaan naar Bageshwar waar we onszelf eens lekker verwend hebben met een koude douch en frietjes. We waren wel eens aan iets anders toe dan rijst met dal fry en roti (wat we twee maal daags aten voor lunch en avondeten).
We hebben echt genoten van deze trek. Lichamelijk waren we echt uitgeput, maar wat hebben we genoten. De mensen die die dorpjes zijn zo aardig en oprecht vriendelijk en dat zie je niet veel meer in India. Op naar het volgende avondtuur!
Voor de reis die we tot nu toe afgelegd hebben zie: Kaart van de reis







































